De pagina wordt geladen...

Datacentra combineren digitalisering, energietransitie en verduurzaming

Medio juli dit jaar verrasten de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer met de aankondiging van een tijdelijke bouwstop voor datacentra in hun regio’s. Reden daarvoor was dat zij ‘meer regie’ wilden krijgen op het vestigingsbeleid voor datacentra.

Het ging daarbij om zaken als beschikbare fysieke (bouw)ruimte, duurzaamheid én de beschikbare energiecapaciteit van netwerkbeheerders Tennet en Liander. Volgens NLDC, de grootste Nederlandse exploitant van datacentra, is een dergelijk besluit echter overhaast en niet noodzakelijk.

“Wij hebben meerdere datacentra in de regio’s Amsterdam en Haarlemmermeer. De vraagstukken rond duurzaamheid en de capaciteit van de elektriciteitsnetwerken zijn voor ons dan ook een dagelijkse realiteit. Het is een integraal onderdeel van ons beleid en onze strategie”, zegt Claartje Mangert, CEO van datacenter-exploitant NLDC. Volgens haar is het niet zo dat de netwerkbeheerders in de twee regio’s aan de maximale capaciteit zitten. “Eenvoudig gezegd, wordt er gewerkt met gecontracteerde capaciteit, dat is de maximale capaciteit die datacentra contracteren met de netwerkbeheerders. In de praktijk ligt het werkelijke gebruik structureel lager dan het gecontracteerde vermogen. Naar wat ik begrijp, zitten wij als datacenterbranche in Amsterdam en Haarlemmermeer met ons werkelijk gebruik veel lager dan de maximale leveringscapaciteit”.

Digitalisering onomkeerbare trend

Is de bouwstop in de twee gemeenten dan volstrekt overbodig? “Het is goed dat de gemeenten actief nadenken over een beleid voor het vestigen van datacentra. Laat ik dat voorop stellen”, zegt Claartje Mangert. “Maar ik heb tegelijkertijd de indruk dat de gemeenten een beetje overvallen zijn door de trend die de groei, en het belang, van datacentra voedt. Dat is namelijk de grote hoeveelheid dataconsumptie van burgers, bedrijfsleven en overheid. Tegenwoordig wordt zoveel mogelijk in digitale vorm afgehandeld: van simpel berichtenverkeer via apps tot streaming video en allerhande vormen van communicatie met overheidsinstanties. Die data worden weer verwerkt in datacentra zoals de onze. Het is een trend die al langere tijd zichtbaar is binnen de IT-sector. Wellicht was het effect van die trend op de groei van datacentra bij sommige gemeenteambtenaren tot dusver onopgemerkt gebleven. Waar zij rekening mee moeten houden, is dat het een onomkeerbare trend is.

De digitalisering van de maatschappij zal alleen maar in een nog hoger tempo toenemen.”

Het besluit van de twee gemeenten heeft de nodige reacties opgeleverd uit de datacentersector. De Dutch Datacenter Association noemt het ‘een rigoureus besluit’. Aan andere IT-branchevereniging, de stichting DHPA, stelt zelfs dat het ‘ondoordacht’ is. Ook toeleveranciers van datacentra hebben zich laten horen, zoals powermanagementspecialist Eaton. Die stelt dat juist datacentra een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan bijvoorbeeld het energievraagstuk en de energietransitie. Door niet alleen groene stroom te verbruiken, maar vooral door restwarmte te leveren aan huishoudens en/of bedrijven in hun respectievelijke vestigingsregio.

Datacentra jagen verduurzaming aan

De zienswijze van Eaton wordt gesteund door NLDC, Claartje Mangert. “Voor datacentra is verduurzaming ook een noodzaak: niet alleen is het goed voor het milieu, het zorgt daarnaast voor een verlaging van een deel van de operationele kosten.” Mangert doelt op het elektriciteitsverbruik van datacentra. In de racks van datacentra zijn grote hoeveelheden serversystemen ingebouwd. Op deze computers draaien bijvoorbeeld cloud platformen met apps voor smartphones. Al die servers consumeren elektriciteit. En tegelijkertijd hebben zij ook stroom nodig voor de koeling van de diverse componenten.

Het liefst zou een datacenter minder elektriciteit willen verbruiken en tegelijkertijd een optimale koelingscapaciteit blijven bieden aan de gehuisveste computersystemen. Aan dat eerste wordt continu gewerkt, vertelt Jeroen Vollmuller, vice president Operations & Projects NLDC. “Wij geven allereerst onze klanten volledig inzicht in het stroomverbruik van hun systemen in ons datacenter. Zo kunnen zij zelf zien waar eventueel op elektriciteitsconsumptie kan worden bespaard. Bijvoorbeeld door andere, energiezuinigere, apparatuur aan te schaffen. Wij doen uiteraard ook ons best om onze klanten zo goed mogelijk te adviseren.

Restwarmte in ruil voor koeling

NLDC neemt zelf ook de nodige maatregelen om het elektriciteitsverbruik verder te verminderen, aldus Vollmuller: “Het is een kwestie van goed rentmeesterschap. Wij vervangen bijvoorbeeld zoveel mogelijk apparatuur door energiezuinigere varianten. Daarnaast zijn wij continu bezig met de optimalisering van de koeling in onze datacentra.”

En wij hebben nu op twee locaties initiatieven ontplooid om energiebesparing te combineren met verduurzaming.

Het eerste initiatief dateert van juni 2017, zegt hij. “Ons Tier IV-datacenter op de Eindhovense High Tech Campus levert de restwarmte aan de gebouwen daar. Dat gaat via een bestaande warmtering. In ruil voor die warmte krijgen wij er afgekoeld water voor terug dat weer wordt gebruikt om ons datacenter te koelen.

Het is voor alle betrokken partijen een ideale situatie. Wij verlagen zowel het energieverbruik als de CO2-emissie van ons datacenter en de bedrijven op de Campus zijn eveneens minder kwijt aan verwarmingskosten, en dat levert eveneens een CO2-reductie op.”

Regionale restwarmte hubs

Onlangs heeft NL DC een tweede restwarmteproject in gebruik genomen, zegt Vollmuller. “De restwarmte van ons datacenter in Aalsmeer wordt gebruikt voor het verwarmen van een school, een kinderdagverblijf, zwembad en een kwekerij in die gemeente. In ruil daarvoor krijgt het datacenter, net als in Eindhoven, er afgekoeld water voor terug. Wij hebben de warmtering hiervoor in het consortium zelf gebouwd, met faciliterende steun van de gemeente Aalsmeer en subsidie van de overheid.”

Als het aan NLDC ligt, zijn deze twee projecten – waarmee het bedrijf een pioniersrol in Nederland vervult – slechts het begin. “Los van de mogelijkheden die wij zien voor meer restwarmte-initiatieven bij onze eigen datacentra, is het iets dat door collega’s en plaatselijke overheden op grotere schaal kan worden geïmplementeerd. Je kunt zelfs denken aan regionale ‘restwarmte hubs’, dichtbij industriële complexen of grote stedelijke concentraties. Welke regio’s er dan bij mij op het netvlies staan? Denk aan een opkomende regio zoals Flevoland of de regio Eindhoven. Je kunt met dit soort projecten als bedrijfsleven en overheid echte meters maken om de digitalisering hand in hand te laten gaan met de energietransitie én verduurzaming.”

Recent nieuws

Datacentra combineren digitalisering, energietransitie en verduurzaming

Lees artikel

“Een 7,2 is bij ons niet een voldoende”

Lees artikel

Alexandra Schless benoemd tot CEO van The Datacenter Group/NLDC-combinatie

Lees artikel
Meer nieuws
Ja, ik wil teruggebeld worden